Deze week heb ik samen met Richard Bos een kort bezoek aan onze speelzaal gebracht om eens uit te meten hoe we een opstelling zouden kunnen maken die binnen de anderhalvemeterregel een redelijk aantal partijen mogelijk zou maken. Of dat tot een bevredigend resultaat leidt, zal ook afhangen van de exacte invulling die de regel straks krijgt. Daarvoor is het wachten nog op het definitieve protocol dat de KNSB met onze overheid overeenkomt, maar vooruitlopend daarop gaat ons bestuur zich komende week in de achtertuin van één van de bestuursleden beraden op deze unieke situatie. 

Voorlopig ga ik nog maar even voort met mijn pauzerubriek. 

Als altijd verschijnt de oplossing van het probleem van vorige week weer in de betreffende aflevering en hieronder een nieuw rondom het thema pen het paard. Groot materieel is onderweg, maar hoe gaat dat op de snelste manier tot mat leiden?

Frank Hoogenboom, 7 juni 2020: Wit geeft mat in vier zetten
Opmerkelijk is dat alle pogingen falen om met grof geschut in 4 zetten klaar te zijn. Uiteraard moet eerst het pat worden ontweken, maar wat ligt er nou meer voor de hand dan door 1. Th1-g1 of desnoods 1. Ka7-b8 daar even voor te zorgen en vervolgens met 2. e7-e8D(+) snel toe te slaan? Helaas, dat blijkt niet te lukken! Er is maar één oplossing, en dat is: bescheidenheid.
Rob Kamminga zond me als reactie:

Altijd leuk, een minorpromotie!

 

1 d8L en nu [Pxf6, Pe7, Ph6, R].

O 1 … Pxf6 2 Lxf6#.

O 1 … Pe7 2 Lxe7#.

O 1 ... Ph6 2 Le7+ en nu [Pf8, Pg8, R].

OO 2 ... Pf8 3 Txh6+ Kg8 4 Txf8#.

OO 2 ... Pg8 3 f7 Kg7 4 fxg8D#.

 

Aardig aan de oplossing is dat er na 1. .. Ph6 en 2. Le7+ twee mogelijke paardzetten zijn die allebei op een andere manier tot het mat leiden.
Bij de constructie van het probleem ontstond een en ander min of meer bij toeval. De torens houden de paarden in toom, pion f6 was nodig om te voorkómen dat de zwarte koning meteen zou ontsnappen (maar daarna ook voor promotie met mat) en pion d7 om hulptroepen in te kunnen schakelen. Pas toen die er op stonden, besefte ik dat er ook nog een koning nodig was. En wat bleek: die hoort ook écht op a7 om te voorkómen dat Ta8 via a5 beslissend kan ingrijpen! Prettig moment als je ziet dat dat alles op z'n plek valt!

 

 

Dit keer eens een nieuwe opmaak vanuit mijn schaakprogramma! EN weer een opgave van de grote Samuel Loyd die toch steeds weer met verbluffend weinig materiaal verbluffend veel weet te creëren. 
Intussen heeft de KNSB de nodige filmpjes online gezet die ons op het spoor moeten zetten van de nieuwe inrichting en speelwijze van onze lokalen na 1 september. Geniet van het nieuwe schuiven, zou ik zeggen, door eens te kijken naar de creatieve gedachten van de mannen van het Leids Denksportcentrum en Philidor Leiden!

Maar eerst nog even puzzelen. De oplossing van mijn opgave van vorige week heb ik weer onder aan het vorige bericht gezet, en dan is nu het woord weer aan Loyd, wederom een stelling die ik vond in het mooie boekje van Kenneth S. Howard "Chess Problem Gems by eight Eminent American Composers". 

 

Samuel Loyd, Milwaukee Telegram ca 1885, wit geeft mat in 4 zetten.

Een opgave met als thema: hoe breng ik het paard op een dwaalspoor? Al vrij snel concludeer je dat 1. Td5-d2 de enige zet is die tot winst kan leiden. Je kunt dan immers op 1. .. Pe2-d4+ simpel 2. Td2xd4 doen waarna het mat is na 2. .. Kh1-g1 3. Td4-d1#. Na de meeste andere paardzetten is het mat ook eenvoudig, maar hoe gaat het nu verder na 1. .. Pe2-g1+  2. Kf3-g3 ? Gaat het paard terug naar e2 dan is het eenvoudig mat: 2. .. Pg1-e2+  3. Td2xe2 Kh1-g1  4. Te2-e1#. Lastig lijkt echter de zet 2. .. Pg1-h3. Daarop is maar één passend antwoord: 3. Td2-e2! en zwart loopt mat na 3. .. Ph3-f2 of f4 of g5 met 4. Te2-e1#, en ook na 3. .. Ph3-g1 met 4. Te2xh2#! Verstilde eenvoud!

 

Oplossing van aflevering 4 staat weer onderaan het vorige bericht. Ik leg me nu weer toe op een probleem van de grote Loyd. Dit keer nog minder stukken dan in zijn vorige werkstuk en wederom is het weer niet zomaar te zien hoe het nu moet. Aanwijzing van de auteur Kenneth S. Howard uit het boek waar ik eerder ook al uit putte: [Deze opgave is] notable for its fine key [sleutelzet; FH] in so light a setting, since at first glance there would seem to be more effective moves for the queen. The most interesting contunuation follows 1. .. Bf3."

 

Oplossing: De mooie sleutelzet is 1. Dd3-g3! Dit laat de koning als aan de grond genageld staan, want 1. .. Ka5-a4 faalt nu op 2. Dg3-c3 en mat en 1. .. Ka5-a6 volgt 2. Dg3xc7 met mat. Maar het knappe van de opgave is dat ook de loper geen goede zetten heeft. Na 1. Ld1-a4 volgt 2. Dg3xc7+ en na 1. .. Ld1-c2 of 1. .. Ld1-f3 komt 2. Dg3-g8! en het wordt mat op a8 of a2! 

 

 *

 

Zojuist heb ik gestudeerd op de opgave van vorige week, en volgens mij heb ik 'm, met de ervaringen met de vorige opgave van Loyd, gevonden! Nu maar ff kijken of hij klopt... Zo ja, dan ga ik 'm nu onderaan de 5e aflevering van deze serie zetten.

En terwijl onze bond zich optimistisch toont dat wij in september elkaar weer (op 1,5 meter afstand) kunnen treffen, ben ik nog maar eens aan het knutselen geweest. Ik pretendeer niet de kunst van de compositie te beheersen, maar onderstaande opgave vind ik wel de moeite van het vertonen waard, overigens met een knipoog naar de anderhalve-meterregel! Want doet de zwarte koning zijn best zich te verstoppen, dan weten de witten hem tóch te vinden:

 

Sleutelzet: 1. Qh6 met als belangrijkste pointe dat op 1... Kh4 volgt 2. Df4 mat! Op 1... g5  heeft wit nu 2. Qxh5 mat klaarliggen en op andere eerste zetten van zwart, waaronder de ontsnappingspoging 1... Kf3, komt 2. Ne5 mat.

Op 29 april overleed ons oudste clublid, Dries van der Vorm, op de hoge leeftijd van 91 jaar. Zijn gezondheid liet al een jaar of 10 zodanig te wensen over dat van een serieuze schaakpartij weinig meer kon komen, maar het tekent hem wel dat hij desondanks onze vereniging trouw bleef en af en toe nog wel eens langskwam.
In zijn actieve jaren had hij heel wat van zich laten horen, zowel achter het bord als daarbuiten!
 
 
Dries achter het bord in 2007
 
 
Dries werd geboren in Zwijndrecht en hij vertelde me eens dat hij ook bij of met de Dordtse schaakclub in het zeer grijze verleden successen gevierd had. We hopen dan ook uit zijn nalatenschap materiaal te kunnen krijgen dat daar een licht op werpt, want Dries was in zijn jongere jaren naar verluidt een sterke speler van wie we zonder twijfel veel kunnen leren.
Navraag bij Nico Lemsom en Leendert Plat leverde me vele wederwaardigheden over hem op uit de tijd dat hij al lid was van schaakclub Emmeloord en ik nog niet (eind jaren 60 tot begin jaren 90).
Dries kwam naar de Noordoostpolder om als rekenaar aan de slag te gaan bij het Nationaal Ruimte- en Luchtvaartlaboratorium (NLR) bij de Voorst. In die computerloze tijd waren goede rekenaars goud waard maar uiteindelijk kwam Dries er achter dat je niet alles kon maken. Nico vertelde me dat hij zich op  een zekere dag verslapen had en daarom maar een lift zocht vanuit Emmeloord naar het NLR. Hij reed mee met een vriendelijke meneer die hij wel even uit de doeken wilde doen wat een lekkere zooi het op zijn bureau was. Helaas bleek dat hij met de directeur van doen had gehad. Ontslag volgde, zo ging dat in die tijd...
Daarna sleet hij zijn werkzame jaren als medewerker van het arbeidsbureau, maar uiteraard altijd nog wel bezig met rekenen, want hij hield wel van opgaves.
In die eerste jaren in de polder frequenteerde hij huize Valkema. Henk Valkema woonde toen elders in Emmeloord in een flat en daar speelden zij tot in de kleine uurtjes de ene na de andere partij. Daarna de volgende dag weer aan de arbeid!
Maar ook andere spelletjes dan het schaken hadden zijn warme aandacht. Zo trof Leendert hem in de jaren 70 vaak in de Bottom in Emmeloord achter de flipperkast. Ook in de competitie die dáár gehouden werd, stond hij bovenaan. En je kon hem tegenkomen in de sigarenzaak van De Boer in de Lange Nering in Emmeloord. Hij zou zich daar eens tegen het meisje achter de toonbank hebben laten ontvallen dat hij best wel intelligent was. Iets wat lastig te ontkennen viel! Zo stond hij ook als lid van de scrabbleclub in “De Luifel” in Emmeloord zijn mannetje en was hij met het trio Valkema-Lemsom-Frankema in de tijd dat de schaakclub nog in de Hoeksteen speelde, vaak na afloop van de schaakpartijen nog tot ver na twaalven aan het klaverjassen. Naar het schijnt heeft de koster wel eens uit protest het licht uit gedaan!
Dries (links) achter het bord bij de simultaan van Jan Timman (rechts) in de Prinsenhof in 1974. Naast Dries zitten Henk Valkema en Nico Lemsom.



Als ik bij hem thuis kwam, was hij altijd bezig met een of andere puzzel. En schaken was zeker géén bijzaak voor hem, maar feitelijk weer een ander soort puzzel naast alle puzzels die het leven bood.
Daarbij had hij zeker niet de behoefte uit te blinken. Tenminste, dat is de enige verklaring die ik ervoor heb dat het hem altijd moeite scheen te kosten om zich op te laden voor een ferme pot! Als je hem hoorde roepen "schaken is van aú!" dan wist je dat hij de strijd aan ging. Maar - zeker in latere jaren - startte hij zijn partij met de vraag of we al konden klaverjassen. Er staan dan ook nogal wat bloedeloze remises tegen hem in mijn schaakboekjes.
En toch was hij ook een romanticus in het schaken die bepaald een voorliefde had voor het opspelen van zijn f-pion en die een koffiehuisstijl niet schuwde! Alleen... dan moest je hem wel tarten, want als je aangaf er geen zin in te hebben en liever iets anders te gaan doen, vond je bij hem vrijwel altijd een willig oor. Meermalen hebben we hem er aan zijn haren bij moeten slepen als er weer een bondswedstrijd gespeeld moest worden. Zat hij er dan eenmaal, ja dán wilde hij er ook wel het beste van maken!
Naast puzzelaar was hij ook iemand die zich op papier goed kon uitdrukken. Rond het schaken hoorde je hem meestal alleen met kort commentaar, soms tot ergernis van zijn medespelers, maar ach, het waren maar kreten, maar hij had een broertje dood aan mensen die inconsequent waren. Ooit, in 1975, bracht hem dat ertoe de toenmalige voorzitter van de schaakclub nauwkeurig en in chronologische volgorde in een schrijven van 7 kantjes van een aantal gebeurtenissen op de hoogte te stellen die - niet afzonderlijk, maar allemaal bij elkaar - hem ertoe noopten zijn deelname aan de interne competitie te beëindigen. Hij liet niet na erbij te schrijven dat het optreden van de toenmalige competitieleider hem tot dat besluit hadden gebracht, maar dat hij overigens geen wrok tegen de bewuste persoon koesterde. Zaken zijn zaken. Nu speelde daar tussendoor dat Dries in die tijd correspondent van de schaakclub was voor de plaatselijke kranten en dat de wedstrijdleider hem nog wel eens suggereerde de leden via de krant in kennis te stellen van bepaalde voornemens. Dat was tegen het zere been bij Dries, want gegeven de journalistieke vrijheid kon (ook toen al) immers niet gegarandeerd worden dat de krant zijn bericht ook daadwerkelijk opnam? Maar wellicht zijn voornaamste grief was het onvermogen van de competitieleider om de stand in de competitie correct te berekenen. Althans, die week altijd af van wat hijzelf had uitgerekend en aan de krant doorgegeven. En tussen de regels door kon ik lezen dat het toch niet kon bestaan dat hij een rekenfout zou hebben gemaakt...
Kennelijk is het allemaal weer goedgekomen, want toen ik begin jaren '90 bij de club kwam, was Dries weer aanwezig. Dat wil zeggen... In een knipsel uit 1994 dat ik bij mijn papieren vond, staat hij niet de eindstand van de interne, maar is er los bij vermeld dat hij als nummer 7 op de ranglijst diende te worden ingevoegd. Raadselachtig... Zou de competitieleider toen hebben gemeend dat hij te weinig had gespeeld en zou hij daartegen in het geweer zijn gekomen? Het zou met niets verbazen!

Naast Annie, met wie hij jarenlang aan de Kampwal woonde, had hij eigenlijk maar één grotere liefde dan puzzels en schaken en dat was: Ierland. Vaak was hij in september langdurig afwezig om samen met haar van dat prachtige land te genieten. De weidsheid en het vriendelijke karakter van de mensen zal tot zijn verbeelding gesproken hebben. Naar welke verte hij nu is afgereisd, weten we niet, maar bij het afscheid, gisteren, waar we met een aantal leden van onze vereniging naartoe waren gekomen, vertelde zijn schoonzoon dat Dries er eigenlijk nog niet klaar voor was geweest. Zelfs op zijn hoge leeftijd had hij nog graag een reddende operatie willen ondergaan. Misschien bewees hij daarmee wel in extremis dat zijn geest altijd op zijn sterkst was als hij uitgedaagd werd. Deze keer echter begaf zijn lichaam het voordat het zover kon komen. 
Wij wensen zijn naaste familie sterkte bij het verwerken van dit verlies. Als eerbetoon aan Dries leek me wel passend op onze site 2 van zijn winstpartijen te tonen. Zie daarvoor de Partijenpagina.
 
Frank Hoogenboom