Eerst maar even de oplossing van de prachtige eindspelstudie van Botwinnik die ik in rubriek 11 liet zien. De sleutelzet is 1. d5+! Een poging om eerst het paard te veroveren faalt: 1. Kc3? f5!  en nu a: 2. d5+ Kf6! 3. exf5 Kxf5 of 3. d6 fxe4 4. Kd4 Ke6 5. Kxe4 Kxd6 of b: 2. e5 g5 3. Kb2 f4 4. Kc3 (geen tijd voor Kxa1) Pb3 5. Kxb3 (gedwongen, anders grijpt het paard beslissend in) g4 6. Kc3 f3 7. gxf3 g3 en zwart wint. 1. .. Ke5 En vooral niet 1. .. Kd6 2. Kc3 f5 3. exf5 gxf5 4. g4! of 2. .. Ke5 3. g4! (weer deze breekzet!) met remise. 2. Kc3 f5 Maar weer niet 2. .. Kd6 wegens 3. g4! 3. d6! Na 3. exf5 Kxf5 wint zwart door 4. Kb2 Ke5 5. Kxa1 Kxd5 6. Kb2 Kd4! 7. Kb3 g5! of 7. Kc2 Ke3 8. Kd1 Kf2 en wit is te laat. 3. .. Kxd6 4. exf5 gxf5 Na 4. .. g5 volgt 5. g4 6. Kb2 en Kxa1 en wit wint! Nu komt weer de verrassing... 5. g4!! 5. Kb2 zou het niet zijn wegens 5. .. Ke5 6. Kxa1 Kf4 7. Kb2 Kg3 en Kxg2 Evenmin helpt 5. Kd4 wegens 5. .. Pc2+ 6. Kd3 Pe1+ 7. g4 fxg4 8. Kd4 Pg2 9. Ke4 Ke6 en wint. 5. .. fxg4 Na 5. .. f5 6. Kd4 verovert wit de pion. 6. Kd4! Ke6 7. Ke4 Pe2 8. Kf4 Pe3 9. Kxe3 met remise. 

Dan maar even een opgave waarin de partij met het paard wél kan winnen, ook uit deel II van André Chérons Lehr- und Handbuch der Endspiele. Deze compositie van een zekere Bron verscheen in Schachmatny in1935. Wit Kb1, Pd7, pi e4 en e5. Zwart Kc3 en pi e7 en f7. Zwart lijkt de dubbelpion zo te kunnen opeten en remise te houden of een pion te kunnen ruilen om dan de andere op te halen. De positie van het paard vóór de pionnen lijkt ook weinig hoop te bieden en ik verklap dan ook maar dat de poging 1. Ka2 niet tot winst leidt. Wat wel?

Afgeloen maandag maakten we onder bijzonder omstandigheden een herstart met schaken met 4 leden van onze club. In de binnenplaats van mijn complex hadden we onder een afdak twee tafels geïnstalleerd waar we bij aangename temperaturen een tijdje de degens kruisten. Halverwege moesten we wel wat slepen toen de onvermijdelijke stortbui voor wat stuifregen zorgde maar al met al was het heerlijk weer eens serieus te schuiven! In één van mijn eerste partijen bleek een geïsoleerde tripelpion op de e-lijn voldoende bescherming te bieden om in een eindspel met dame + toren mijn koning van eeuwig schaak of erger af te schermen en intussen de koning van mijn tegenstander op te brengen. En ik wist het weer: schaken verrast steeds weer!

Frank Hoogenboom