Op 29 april overleed ons oudste clublid, Dries van der Vorm, op de hoge leeftijd van 91 jaar. Zijn gezondheid liet al een jaar of 10 zodanig te wensen over dat van een serieuze schaakpartij weinig meer kon komen, maar het tekent hem wel dat hij desondanks onze vereniging trouw bleef en af en toe nog wel eens langskwam.
In zijn actieve jaren had hij heel wat van zich laten horen, zowel achter het bord als daarbuiten!
 
 
Dries achter het bord in 2007
 
 
Dries werd geboren in Zwijndrecht en hij vertelde me eens dat hij ook bij of met de Dordtse schaakclub in het zeer grijze verleden successen gevierd had. We hopen dan ook uit zijn nalatenschap materiaal te kunnen krijgen dat daar een licht op werpt, want Dries was in zijn jongere jaren naar verluidt een sterke speler van wie we zonder twijfel veel kunnen leren.
Navraag bij Nico Lemsom en Leendert Plat leverde me vele wederwaardigheden over hem op uit de tijd dat hij al lid was van schaakclub Emmeloord en ik nog niet (eind jaren 60 tot begin jaren 90).
Dries kwam naar de Noordoostpolder om als rekenaar aan de slag te gaan bij het Nationaal Ruimte- en Luchtvaartlaboratorium (NLR) bij de Voorst. In die computerloze tijd waren goede rekenaars goud waard maar uiteindelijk kwam Dries er achter dat je niet alles kon maken. Nico vertelde me dat hij zich op  een zekere dag verslapen had en daarom maar een lift zocht vanuit Emmeloord naar het NLR. Hij reed mee met een vriendelijke meneer die hij wel even uit de doeken wilde doen wat een lekkere zooi het op zijn bureau was. Helaas bleek dat hij met de directeur van doen had gehad. Ontslag volgde, zo ging dat in die tijd...
Daarna sleet hij zijn werkzame jaren als medewerker van het arbeidsbureau, maar uiteraard altijd nog wel bezig met rekenen, want hij hield wel van opgaves.
In die eerste jaren in de polder frequenteerde hij huize Valkema. Henk Valkema woonde toen elders in Emmeloord in een flat en daar speelden zij tot in de kleine uurtjes de ene na de andere partij. Daarna de volgende dag weer aan de arbeid!
Maar ook andere spelletjes dan het schaken hadden zijn warme aandacht. Zo trof Leendert hem in de jaren 70 vaak in de Bottom in Emmeloord achter de flipperkast. Ook in de competitie die dáár gehouden werd, stond hij bovenaan. En je kon hem tegenkomen in de sigarenzaak van De Boer in de Lange Nering in Emmeloord. Hij zou zich daar eens tegen het meisje achter de toonbank hebben laten ontvallen dat hij best wel intelligent was. Iets wat lastig te ontkennen viel! Zo stond hij ook als lid van de scrabbleclub in “De Luifel” in Emmeloord zijn mannetje en was hij met het trio Valkema-Lemsom-Frankema in de tijd dat de schaakclub nog in de Hoeksteen speelde, vaak na afloop van de schaakpartijen nog tot ver na twaalven aan het klaverjassen. Naar het schijnt heeft de koster wel eens uit protest het licht uit gedaan!
Dries (links) achter het bord bij de simultaan van Jan Timman (rechts) in de Prinsenhof in 1974. Naast Dries zitten Henk Valkema en Nico Lemsom.



Als ik bij hem thuis kwam, was hij altijd bezig met een of andere puzzel. En schaken was zeker géén bijzaak voor hem, maar feitelijk weer een ander soort puzzel naast alle puzzels die het leven bood.
Daarbij had hij zeker niet de behoefte uit te blinken. Tenminste, dat is de enige verklaring die ik ervoor heb dat het hem altijd moeite scheen te kosten om zich op te laden voor een ferme pot! Als je hem hoorde roepen "schaken is van aú!" dan wist je dat hij de strijd aan ging. Maar - zeker in latere jaren - startte hij zijn partij met de vraag of we al konden klaverjassen. Er staan dan ook nogal wat bloedeloze remises tegen hem in mijn schaakboekjes.
En toch was hij ook een romanticus in het schaken die bepaald een voorliefde had voor het opspelen van zijn f-pion en die een koffiehuisstijl niet schuwde! Alleen... dan moest je hem wel tarten, want als je aangaf er geen zin in te hebben en liever iets anders te gaan doen, vond je bij hem vrijwel altijd een willig oor. Meermalen hebben we hem er aan zijn haren bij moeten slepen als er weer een bondswedstrijd gespeeld moest worden. Zat hij er dan eenmaal, ja dán wilde hij er ook wel het beste van maken!
Naast puzzelaar was hij ook iemand die zich op papier goed kon uitdrukken. Rond het schaken hoorde je hem meestal alleen met kort commentaar, soms tot ergernis van zijn medespelers, maar ach, het waren maar kreten, maar hij had een broertje dood aan mensen die inconsequent waren. Ooit, in 1975, bracht hem dat ertoe de toenmalige voorzitter van de schaakclub nauwkeurig en in chronologische volgorde in een schrijven van 7 kantjes van een aantal gebeurtenissen op de hoogte te stellen die - niet afzonderlijk, maar allemaal bij elkaar - hem ertoe noopten zijn deelname aan de interne competitie te beëindigen. Hij liet niet na erbij te schrijven dat het optreden van de toenmalige competitieleider hem tot dat besluit hadden gebracht, maar dat hij overigens geen wrok tegen de bewuste persoon koesterde. Zaken zijn zaken. Nu speelde daar tussendoor dat Dries in die tijd correspondent van de schaakclub was voor de plaatselijke kranten en dat de wedstrijdleider hem nog wel eens suggereerde de leden via de krant in kennis te stellen van bepaalde voornemens. Dat was tegen het zere been bij Dries, want gegeven de journalistieke vrijheid kon (ook toen al) immers niet gegarandeerd worden dat de krant zijn bericht ook daadwerkelijk opnam? Maar wellicht zijn voornaamste grief was het onvermogen van de competitieleider om de stand in de competitie correct te berekenen. Althans, die week altijd af van wat hijzelf had uitgerekend en aan de krant doorgegeven. En tussen de regels door kon ik lezen dat het toch niet kon bestaan dat hij een rekenfout zou hebben gemaakt...
Kennelijk is het allemaal weer goedgekomen, want toen ik begin jaren '90 bij de club kwam, was Dries weer aanwezig. Dat wil zeggen... In een knipsel uit 1994 dat ik bij mijn papieren vond, staat hij niet de eindstand van de interne, maar is er los bij vermeld dat hij als nummer 7 op de ranglijst diende te worden ingevoegd. Raadselachtig... Zou de competitieleider toen hebben gemeend dat hij te weinig had gespeeld en zou hij daartegen in het geweer zijn gekomen? Het zou met niets verbazen!

Naast Annie, met wie hij jarenlang aan de Kampwal woonde, had hij eigenlijk maar één grotere liefde dan puzzels en schaken en dat was: Ierland. Vaak was hij in september langdurig afwezig om samen met haar van dat prachtige land te genieten. De weidsheid en het vriendelijke karakter van de mensen zal tot zijn verbeelding gesproken hebben. Naar welke verte hij nu is afgereisd, weten we niet, maar bij het afscheid, gisteren, waar we met een aantal leden van onze vereniging naartoe waren gekomen, vertelde zijn schoonzoon dat Dries er eigenlijk nog niet klaar voor was geweest. Zelfs op zijn hoge leeftijd had hij nog graag een reddende operatie willen ondergaan. Misschien bewees hij daarmee wel in extremis dat zijn geest altijd op zijn sterkst was als hij uitgedaagd werd. Deze keer echter begaf zijn lichaam het voordat het zover kon komen. 
Wij wensen zijn naaste familie sterkte bij het verwerken van dit verlies. Als eerbetoon aan Dries leek me wel passend op onze site 2 van zijn winstpartijen te tonen. Zie daarvoor de Partijenpagina.
 
Frank Hoogenboom

De oplossingen van de vorige week staan weer in het vorige artikel. Intussen heb ik wat zitten grasduinen in de partijen van het rapidtoernooi dat de wereldkampioen momenteel organiseert en het viel op dat er een aantal ultrakorte winstpartijen te zien was. Op schaaksite.nl las ik dat zulke korte partijen zeldzaam maar niet volkomen uniek zijn. Met name een bijzonder "ongeluk" dat Anand in 1988 in het toernooi in Biel overkwam, trok mijn aandacht, zeker omdat good old Tony Miles in dat geval onbedoeld een opvallende rol speelde. 

Maar even terug naar een nog grijzer verleden. Rond 1980 maakte ik onderstaand probleem.

 

Na de sleutelzet 1. Pg1-e2 heeft zwart alleen 1. .. Kf5-e4 waarna wit toeslaat met 2. Pe2-g3+ en het mat is na 2. .. Ke4-f3 3. 0-0 of 2. Ke4-d3/4  3. .. 0-0-0!
Naast dit probleem heb ik me er ook wel eens op toegelegd een probleem te maken waarin wit, met de koning op e1, kon "winnen" door e7-e8T! te spelen en daarna met de "ellenlange rokade" 0-0-0-0 ofwel Ke1-e3 gecombineerd met Te8-e2 mat kon zetten. Helaas staat in de regels dat de rokade op de onderste rij moet worden uitgevoerd....

 

Allereerst kan ik melden dat ik de oplossingen van de problemen uit mijn vorige artikel onderaan heb toegevoegd.
We zijn een week verder en inmiddels lijkt het hoogtepunt van de coronacrisis in ons land weliswaar voorbij, maar is een antwoord op de vraag hoe we de huidige toestand van semi-quarantaine kunnen verlaten zonder in een volgende uitbraak te belanden, nog allerminst dichterbij. Naar schaken en face ziet het dus nog in genen dele uit, daarom nog maar eens een paar schaakproblemen uit de oude(re) doos.

Bij dit probleem hoort ook een uitdaging. De oplossing is elegant, maar het probleem is eigenlijk niet helemaal volgens de regels. Wie ziet een verbetering die de clou in stand houdt en die wél aan alle regels voldoet?

Voor meneer Loyd geldt dat natuurlijk allemaal niet. Vorige week heb ik me een lange avond met het volgende probleem beziggehouden zonder de prachtige oplossing te vinden. Al snel zag ik dat er een prachtig mat in zit als zwart h6 zou spelen en ook op h5 vond ik wel een oplossing, alleen... wit moet eerst... Trouwens, wat doet wit tegen de opmars g4-g3-g2(+)? Volgende week de oplossing!

 

Hier de oplossingen: 
Probleem 1: 1. Lc7xg3! waarna Lh4xg3 kan worden beantwoord met 2. Pe1-f3 en op een willekeurige loperzet 3. g2-g4 mat volgt. Als zwart op de eerste zet niet slaat, maar de loper wegspeelt, speelt wit 2. Lg3-f2 om daarna te vervolgen met dezelfde matzet. Leuk probleem, maar niet helemaal correct, want een slagzet als sleutelzet mag eigenlijk niet.

Probleem 2: in de beginstand raakte ik als oplosser al snel gefixeerd op het mooie mat dat zou ontstaan als zwart aan zet zou zijn en de zet h7-h6 zou doen. Dan zet wit mat met 2. Pf8-g6+ Kh8-h7 3. f7-f8P mat! Leuk, maar op de eerste plaats is wit aan zet en op de tweede plaats zou deze vlieger niet opgaan na een andere beginzet... 
Toch blijft dit idee hangen en daarmee sta je mooi op het verkeerde been. Ik probeerde een zet als 1. Dc4-a2 en ontdekte dat dat werkt als zwart h7-h6 of h7-h5 antwoordt. Dan doet wit Da2-b1 en mat is onvermijdelijk! Alleen... wat als zwart g4-g3 antwoordt? Dan "dreigt" er g3-g2+ en komt wit te laat. 
Tegelijk zag ik dat wit na Pf8-g6+ mat zou kunnen zetten op de h-lijn, maar dat zou dan net weer niet werken want de pion op g4 staat in de weg. 
De sleutelzet 1. Dc4-f1! voorkomt al dit soort bezwaren. Op 1. .. h7-h6 of 1. .. h7-h5 werkt 2. D(f1-)b1 uiteraard en op 1. .. g7-g6 of 1. .. g7-g5 is Df1xa1 direct mat. Ook kan 1. .. g4-g3 nu worden weerlegd met het eerder besproken 2. Pf8-g6+ h7xg6 en nu Df1-h3 mat! Verder blijkt dat wit op alle loperzetten een treffend antwoord heeft! op 1. .. La1-b2 2. Df1-b1, op 1. .. La1-c3 of -d4 2. Df1-d3 en op 1. .. La1-e5 of -f6 2. Df1-f5! Dit laatste zag ik niet en daardoor was het een lange avond zonder resultaat voor mij... Wie weet is het jullie beter vergaan... Maar wat een prachtige compositie waarin de kracht van de dame met heel eenvoudige middelen wordt gedemonstreerd!

Allereerst meld ik weer dat ik de oplossingen van vorige week onderaan het artikel van vorige week heb toegevoegd. Ik kreeg van enkele leden de juiste oplossing toegestuurd, ook van het tweede probleem, waar ik dus niet uit kwam.

Naar aanleiding van de oplossing van het eerste probleem, heb ik nog eens naar de stelling gekeken en een revisie gemaakt die wél aan alle eisen van het probleemschaak voldoet. Ik vind hem minder elegant, maar het thema is er nog wel.

 Na de sleutelzet 1. Pd2-f3 blijkt de zwarte loper niet in staat de matzet te verhinderen. Na 1. .. Lh2-g1 slaat wit op f4: 2. Lcxf4 en zet op de volgende zet mat met 3. g2-g4. En op 1. .. Lh2-g3 moet zwart na 2. Lc1xf4 veld g3 vrijgeven waarna de pion vrije doortocht heeft naar het matveld g4!

Met onderstaande opgave, die ik rond 1980 maakte, snijd ik maar weer eens een ander thema aan.



 

 Ja, een nieuw thema, dus een zeldzame sleutelzet voor een probleem, namelijk 1. 0-0! Wit geeft hierna mat in 3 in alle varianten, waarvan de langste is 1. .. Kg3-h3  2. Kg1-f2!  Kh3-h2  3. Tf1-g1 Kh2-h3  4. Tg1-h1 mat.

In 1973 - het ging er in het nieuws over - sprak de toenmalige premier Joop den Uyl denk volke toe en kondigde enerchie- (zo sprak hij dat uit) ofwel olieconsumptiebeperkende maatregelen aan. De meest in het oog springende was de autoloze zondag. Alleen wie daartoe een dringende noodzaak kon aantonen, mocht op die dagen gemotoriseerd op vier wielen de weg op. De rust die dat gaf, herinner ik me nog goed! Hoewel verboden, waagden sommigen zich per fiets op de autosnelwegen! 
Onlangs was er opnieuw een premier aan het woord, ditmaal Mark Rutte, en hij bond ons op het hart afstand te bewaren en vooral thuis te blijven, tenzij om werkzaamheden uit te voeren die écht niet van huis uit zouden kunnen. En passant werden alle horecagelegenheden en sportclubs gesloten. Daarmee is dan nu de volgende -loze periode aangebroken. Vanmiddag ging ik op zoek naar die frisse neus en ik nam een nerveuze stemming waar. Eenieder leek haast te hebben om zich zo snel mogelijk weer naar binnen te begeven. Georganiseerd langs elkaar heen leven, is wat we nu doen. Onwerkelijk, maar dringend noodzakelijk. 
Wat doet een mens dan thuis? Met velen van jullie ben ik het eens dat een schaakpartij zich live hoort af te spelen met een tegenstander van vlees en bloed die tegenover je zit en die je het liefst eens en voor altijd zou willen afleren nog het lef te hebben tegen jou aan te treden! Maar ja, dat zit er nu niet in, en het spel op al die platforms is toch wat anders. 
Nu ook de laatsten der mohikanen op last van de Fide en de Russische regering hun activiteiten ontijdig hebben moeten staken, rest ons niets anders dan te bladeren in onze annalen... En... dat biedt kansen! In mijn kast ligt een vergeeld notitieblokje waarin ik een aantal schaakproblemen bewaar die ik dat grijze verleden, die jaren waarin wij even enerchie moesten sparen, heb gecomponeerd! In de tijd dat ik met schaken startte, rond de match Spasski - Fischer in 1972, schafte ik voor mezelf het boekje Chess problems gems by eight eminent American composers aan van ene Kenneth S. Howard en startte met componeren. Het was overigens het enige onderdeel van het spel waar mijn broer interesse voor had, dus af en toe werkte hij mee. Van de componisten vond ik vooral Samuel Loyd (1841 - 1911) interessant, omdat hij altijd bijzondere elementen in zijn composities opnam. Daarop kwam de volgende compositie tot stand, die ik hieronder laat zien in de versie zoals hij na revisie in 1984 eruit zag.

 

Het probleem waarop bovenstaande studie is gebaseerd, verscheen in 1858 in de Philadelphia Evening Bulletin. Hieronder laat ik het zien.

Het was mijn doel als jong broekie de grote Loyd in één opzicht te overtreffen. Zien jullie in welk opzicht ik daar in geslaagd ben?

 

11 april 2020, tijd voor de oplossingen.

De oplossing van de tweezet van Samuel Loyd is 1. Dg7-a1! en wit geeft mat tegen ieder antwoord! Bepaald elegant is dat als zwart met zijn toren de a-lijn verlaat, wit mat zet met 2. Da1-a8 en als de dame de onderste lijn vrijgeeft is het mat na 2. Da1-h1! Ook kan de dame niet geslagen worden: 1. .. Dxa1 2. Pxb6 of 1. .. Txa1 2. Pxe3. De antwoorden op andere zetten van zwart kan een ieder zelf erbij zoeken.
Toen ik - lang geleden - dit probleem voor het eerst zag, wilde ik de uitdaging wel aan om nóg een hoek toe te voegen en zo ontstond het bovenste probleem. De sleutelzet heb ik daarmee ook direct verklapt. Wit wint met 1. Da1-h8! en zet nadat de torens de onderste- of de h-lijn verlaten mat met respectievelijk Dh8-a8 en Dh8-h1, terwijl op slaan van de dames een mat klaarligt met 2. Pf7-g5 of 2. Pd7-f6.

Frank Hoogenboom