Vorige week liet ik een eindspelstudie van mijn idool Samuel Loyd zien waarin hij aantoont hoe een weinig waarschijnlijke (remise)stelling van K+P+randpion tegen K-alleen in de praktijk zou kunnen ontstaan. Ik geef hier eerst de oplossing. Sleutelzet 1. Ld7! De belangrijke pointe is dat het nu na 1. .. Pf3+ 2. Ke2 h2 3. Lc6 h1D 4. Lxf3+ en 5. Lxh1 remise is en dat in deze variant ook 2. .. Pd4+ 3. Kd4 h2 4. Pxd4 h1D 5. Lc6+ en Lxh1 tot remise leidt. Er rest zwart niets anders dan te vervolgen met 1. .. h2 en nu komt wit alsnog met 2. Lc6+. Het zal duidelijk zijn dat 2. .. Pf3+ 3. Ke2 h1D weer tot dezelfde remise leidt als zojuist getoond, maar wat moet wit dan nog na 2. .. Kg1 met de dreiging 3. .. Pg2 en promotie? Welaan, daartegen heeft wit nu het spectaculaire 3. Lh1!! waarna 3. .. Kxh1 4. Kf2 de remise forceert (en zoals wij inmiddels weten vooral níet 4. Kf1 en zwart wint!). Zwart kan de strijd nog even gaande houding met 2. .. Pf4+3. Ke1 Ph5 4. La8 (niet 4. Ke2 wegens 4. .. Pg3+ en 5. .. Pxh1 en wint) en zwart komt niet verder meer. Wonderschoon.

Voor mijn nieuwe opgave ga ik ver terug in de tijd, en wel naar 1979. In dat jaar speelde Jan Timman in het interzonetoernooi in Rio de Janeiro en aanvankelijk verging hem dat niet zo goed af, maar gaandeweg werkte hij zich op en dat herstel zette zich door toen hij zijn afgebroken partij uit de 8ste ronde tegen Velimiroviç wist te winnen. Timman schrijft erover in zijn prachtige boek "het Smalle Pad" dat het een partij was "die me meer tijd en energie heeft gekost dan welke partij ook in mijn carrière. Evenmin heb ik tevoren of erna een partij gehad die zo lang afgebroken bleef, namelijk zestien dagen, de duur van een gemiddeld toernooi." Tegenwoordig bestaat de afgebroken partij niet meer, maar in die tijd was het inderdaad een echte energieslurper. Eerder liet ik al mijn remisepartij tegen Tromp-Willem van Urk zien die inderdaad pas na maanden uitgespeeld werd en waarin ik een eenvoudige winst meende te hebben geanalyseerd en bedrogen uitkwam met een standaardremise. De partij van Timman, echter, liet het omgekeerde beeld zien. Na het eerste afbreken was op de 64ste zet een stelling ontstaan van K+T+a-pion tegen K+L+a-pion en Velimiroviç nam, zo schrijft Timman, aan dat die remise was. Aan het einde van de tweede sessie (van 6 uren!) probeerde hij Timman dan ook duidelijk te maken dat het potremise was. Voor de positie bij het tweede afbreken, na zet 77 van zwart, zie het diagram. Timman zette zich de dagen erna met zijn secondant Ulf Andersson echter aan het analyseren en tot hun verbazing ontdekten ze dat de afgebroken stelling voorkwam in deel 1 van het Lehr- und Handbuch der Endspiele van André Chéron! Chéron liet zien dat de stelling gewonnen is voor wit! Grote vreugde natuurlijk bij de mannen, totdat... ze ontdekten dat wit daar wel meer dan 50 zetten voor nodig zou hebben vanaf het moment dat het laatste stuk was geslagen en pion gezet, bij zet 64. Het was dus zoeken naar verbeteringen van de analyses van Chéron en/of hopen dat Velimiroviç zich niet optimaal zou verdedigen. 
Vanuit Nederland leefden we intussen hartstochtelijk mee met onze landgenoot die nadat deze partij begonnen was, zich inmiddels flink op de ranglijst had opgewerkt en inmiddels bij winst zicht had op een plek in de top! In mijn herinnering staat nu dat ik in dezer dagen een bezoekje aflegde aan het Maasdal en daar op enige afstand van het veer bij Broekhuizen stond, terwijl de radio in de stille vooravond daar zijn tonen over het water verspreidde. Een nieuwslezer meldde dat Timman zijn partij had gewonnen! Grote vreugde uiteraard. Hoe het toernooi voor hem afliep, is voor jullie na te zoeken op internet of te lezen in zijn prachtige boek. 
Overigens heb ik het gevoel dat de analyses die hij toen van dit eindspel maakte, heden ten dage niet meer nodig zouden zijn. De engines zijn nu zo sterk dat ze dit soort stellingen feilloos uitanalyseren...
Toch nog even een kleine opgave: in de stelling hierboven was wit aan zet en na 78. Ke7 kon hij de zwarte koning naar de rand drijven waarna de winst een kwestie van (verfijnde) techniek was. Chéron bespreekt de stelling ook met zwart aan zet. Hoe toon je aan dat wit er ook dán in slaagt om de zwarte koning naar de h-lijn te drijven? Oplossing volgende week.

Vorige week startte ik een nieuwe serie Voor in de pauze met een stelling uit het tweede deel van het Lehr- und Handbuch der Endspiele van André Cheron. 
De oplossing van de opgave die daarbij stond, luidt als volgt. 
De witte koning is opgesloten geraakt op a8 en de zwarte koning zal altijd proberen die opsluiting te handhaven. Dat lukt hem alleen als hij blijft pendelen tussen c8 en c7. Wit heeft een paard en de eigenaardigheid van de paardensprong is nu eenmaal dat hij in een volstrekte regelmaat nu eens op wit en dan weer op zwart staat. En daar ligt de clou: als wit de zwarte koning schaak zet wanneer deze op c8 of c7 staat, zal hij nooit kunnen winnen, want dan doet de koning exact wat hij graag wil: pendelen naar c7 (of c8). Maar als wit de pendelende koning niet schaak kan zetten, wint hij juist, omdat hij de koning dán zijn pendelveld (c8 of c7) kan ontnemen. De zwarte koning moet naar elders uitwijken en wit wint door Kb8, gevolgd door promotie van zijn a-pion. De stelling is dus remise als wit aan zet is (want dan zal hij de koning schaak zetten) maar gewonnen als zwart aan zet is. 
Nu dacht ik: hoe zou zo'n vreemde stelling nu kunnen ontstaan? Juist van mijn grote idool, Samuel Loyd, noemt Chéron in zijn handboek vervolgens de volgende studie waarin zoals vaker bij Loyd, niets is wat het lijkt. Kleine hint: 1. Lc6+ faalt op 1. .. Kg1 en zwart wint. Hoe het wel moet, laat ik volgende week zien.

Verder maak ik een start met een ander mooi thema uit deel 2 van Chéron, het eindspel van koning+loper+randpion tegen koning. Zoals bekend is dat gewonnen voor de sterkere partij als de loper het promotieveld bestrijkt. Dan kan hij de koning daar verjagen en vervolgens met steun van zijn eigen koning de pion tot promotie brengen. Heel anders wordt het als de loper het promotieveld níet bestrijkt. Dan houdt de koning-alleen remise als hij het promotieveld weet te bereiken. En om dat thema draait het in de stelling uit het tweede diagram, een studie van Troitsky uit 1896, nr. 763 in deel 2 van Chéron. Wit begint en wint! En wederom: onze loper offert zich graag op voor de goede zaak: de promotie van ons lief klein pionnetje! Oplossing volgende week.

Frank Hoogenboom

 

"Hij doet dezelfde zetten als u en ik, alleen, hij wint ermee." Aan dit citaat over oud-wereldkampioen Smyslov moest ik denken, toen ik op de website van de KNSB het gesprek met Jorden van Foreest, de glorieuze winnaar van het Tata Steeltoernooi, terugkeek. Het citaat zal in zoverre juist zijn dat wij schakers allemaal binnen de regels van het spel onze stukken verplaatsen en die van anderen van het bord nemen, maar het verschil zit 'm dan net in dat éne goede idee op dat éne moment dat wij achteloos iets anders zouden hebben gespeeld. 

En toch... De winnaar bracht zijn toernooi als een aaneenschakeling van gelukjes, gepaard aan een toenemende dosis zelfvertrouwen. En is dát niet wat wijzelf ook als volstrekte amateurs meemaken? Het ene seizoen lijkt ons geluk onuitputtelijk, en slagen al onze riskante pionoffers, wilde aanvallen en subtiele verdedigingen, het andere willen we maar niet ontsnappen aan de man met de hamer en zien wij telkens net die éne zet in onze vooruitberekening over het hoofd. Van Foreest besprak een aantal hachelijke momenten waarvan ik me er twee herinner: zijn toreneindspel in de eerste ronde tegen Caruana dat hij maar ternauwernood remise hield ( "alle toreneindspelen zijn remise", volgens Averbach, maar misschien zijn sommige minder remise dan anderen?) en zijn bijna-fout tegen Duda waar zijn hand al naar het paard ging om op g2 toe te slaan, toen hij zag dat er een onderste-rijcombinatie in zat die hem pardoes de partij zou kosten. En hij noemde ook de momenten dat zijn voorbereiding precies dát opleverde wat hij ervan had verwacht. Al met al was een belevenis om zo het wel en wee van een winnaar te mogen horen. Hulde Jorden, hulde KNSB, dank ook aan Stefan Kuijpers, de anchorman die het geheel kundig in goede banen leidde en ons al het hele toernooi dagelijks een half uurtje door de ronde van dag meegenomen had.

Het gesprek gaf inzicht in hoe een grootmeester denkt, en eigenlijk wijkt dat niet eens zoveel af van de wijze waarop wijzelf stellingen beschouwen. Het grote verschil zit 'm zonder twijfel in snelheid, diepte en inschattingsvermogen, maar hoe vaak speel je een bepaalde zet níet omdat er dan een stelling ontstaat die je niet vertrouwt? En waarop is dat oordeel dan gebaseerd? Het viel me op dat zijn denkwijze daarin niet eens zoveel verschilt van de mijne, zijn denkkracht is een heel ander verhaal.... 

Tenslotte viel me nog één ding op: hij werkt hard aan zijn spel, nodig natuurlijk, maar hij heeft er ook plezier in. En dat laatste ervaar ik zelf ook. Niets zo leuk als achter dat bord zitten en je eigen ideeën (en tijdens een partij: ook die van de ander) tot leven zien komen. Inmiddels ben ik in de positie dat ik thuis permanent een bord kan laten staan. Altijd leuk om er een bepaalde stelling op te zetten en daar een aantal keren per dag even langs te lopen. Even de schoonheid van de stukken en de compositie op me in laten werken. Af en toe (we blijven amateurs hè?) even een stukje doorspelen en dan weer verder met mijn dagelijkse bezigheden. 

Het bord trekt. Nu nog een speelzaal waar we elkaar mogen ontmoeten...

Frank Hoogenboom

Wat doe je als er geen speelavonden zijn? Als toernooien zich grotendeels beperken tot internet en je dat niets lijkt, terwijl je wel aan schaakstukken wilt zitten? Lang worstelde ik met die vraag maar sinds deze week weet ik het: je koopt tweedehands twee delen van André Chérons Lehr- und Handbuch der Endspiele en begint te lezen. 
Wat een weelde! Honderden bladzijden met eindspelstudies en -uitleg. Heerlijk, heerlijk. Komende tijd wil ik jullie meenemen door een aantal van die studies die me weer allerlei verrassende mogelijkheden van de schaakstukken laten zien.

In deze eerste aflevering een stelling die kennelijk van Chéron zelf afkomstig is. 

 

De vraag in deze stelling is: kan wit winnen? 

Volgende week kom ik met de oplossing!

Frank Hoogenboom

Wie het TataSteel-toernooi toch een beetje wil volgen, kan iedere avond om 20 uur terecht op Twitch waar Stefan Kuipers een onderhoudende uitleg geeft bij de partijen van de dag. Niet te diepgravend neemt hij ons mee langs de wederwaardigheden van de dag. Als het goed is hebben alle leden een uitnodiging daarvoor in hun mail gehad. Leuk om in deze lange, lange winter eens mee te luisteren (en - als je wil - vragen te stellen of opmerkingen te maken).